Kaliwaal Boven Leeuwen

De geschiedenis van de Kaliwaal

We gaan terug naar het jaar 1776 als men al spreekt over de Leeuwense Waard terwijl dit maar een klein onderdeel is van de Drutense Waarden. De Leeuwense Waard bestond toen alleen nog maar uit een plaat zonder kade die door de strang en winterdijk was gescheiden. Onder invloed van twee aangebrachte lange kribben in het begin van de 19e eeuw was er in 1831 een nieuwe plaat ontwikkeld naast de oude plaat. Deze bestond vooral uit wilgengriend/ooibos. Tussen de platen lag een lange geul die benedenstrooms in open verbinding stond met de rivier.


In de tweede helft van de 19e eeuw verrezen er diverse steenfabrieken op de oeverwal van het oostelijk deel van de Drutense Waarden. De kleiwinning concentreerde zich in deze bekade uiterwaard. In de dynamische Leeuwense Waard was tot voor kort nauwelijks klei gewonnen. Pas in de jaren 80 van de 20e eeuw is daarmee begonnen.

Tussen 1957 en 1968 is de hele aparte zomerpolder met boerderij Vincentshoef diep vergraven t.b.v. zandwinning. De zomerkade aan de noordkant is daarbij afgegraven en voor de afvoer van het zand is een open verbinding met de Waal gemaakt. Tussen de rivier en de nieuwe plas, die de naam Kaliwaal kreeg, resteerde een smalle onvergraven strook. Door zandsedimentatie is hier een oeverwal ontstaan die nu bekend staat als de Kaliwaalduin. De zomerkade aan de zuidzijde vormde de grens van de zandwinning.

Luchtfoto’s Kaliwaal 1956-1960
Luchtfoto’s Kaliwaal 1956-1960
Uitvoerder en grindzuiger
Uitvoerder en grindzuiger
Aanleg eerste nevengeul

In 1994 is door samenwerking tussen Delgromij en Wereld Natuur Fonds de eerste meestromende nevengeul van Nederland aangelegd in de Leeuwense Waard. De bestaande eenzijdige aangetakte strang is toen via een kleiput verbonden met de plas Kaliwaal, die in open verbinding staat met de rivier de Waal. Onder de toegangsweg van de uiterwaard is een duiker aangebracht. Kenmerkend zijn de relatief steile oevers van de geul en het daardoor vrijwel ontbreken van brede zones met droogvallende zand en kleibanken.

Toegangsweg met duiker
Bergen van baggerspecie
Waaier van Geulen.

In januari 1995 werd de ontwikkeling „Waaier van Geulen“ gepresenteerd door Delgromij en WNF. Daarin is een toekomstbeeld geschetst van een aaneengesloten natuurgebied van ca. 290 ha dat bestaat uit de Leeuwense Waard, Kaliwaal en de westelijke Drutense Waarden.

Belangrijke ingrediënten van deze visie zijn een natuurgerichte oplevering van kleiwinningen in de Leeuwense Waard en specieberging in de Kaliwaal. Mede in het kader van de Deltawet Grote Rivieren is tussen 1995 en 1997 natuurgerichte speciewinning ten behoeve van de dijkverbetering op het traject Afferden-Dreumel uitgevoerd (Grontmij,1995). Een groot deel van het gebied dat nog niet vergraven was, is toen reliëfvolgend ontkleid. Daarbij is een extra meestromende geul aangelegd in het oostelijk deel en een eenzijdige aangetakte geul in het westelijk deel van de Leeuwense Waard. Onvermarktbare specie is lokaal verwerkt bij de herinrichting en er liggen ook nog enkele kleine gronddepots in het terrein. Overigens zijn nog niet alle onderdelen van dit plan uitgevoerd; zo is het centrale deel van het gebied nog niet ontgrond.

Specieberging.

Een tweede belangrijke pijler van het plan „Waaier van Geulen“ is het grotendeels met baggerspecie opvullen van de zandwinput Kaliwaal en het daarna in te richten als natuurgebied met neven- geulen, strangen, eiland vormige platen, moeras en ooibos.
Het project Kaliwaal levert op deze manier en belangrijke bijdrage aan het oplossen van het probleem van de op grote schaal in het rivierengebied vrijkomende baggerspecie. Bovendien wordt via het project geld gegenereerd om het plangebied beter in te richten als natuurgebied. Na een uitvoerige discussie en langdurig vergun- ning traject is in december 2003 gestart met het project. De eerste vulfase heeft een looptijd tot en met 2015 en eindigt met het afsluiten van de verbinding tussen de plas en de rivier.

Stortkoker-voor-baggerspecie
Stortkoker voor baggerspecie